Het begon bij Julius Röntgen (1855-1932)

julius rontgen.jpgJulius Röntgen werd geboren op 9 mei 1855 te Leipzig. Hij was de zoon van een Nederlandse violist, Engelbert Röntgen, concertmeester van het Gewandhausorchester aldaar, en een Duitse pianiste, Pauline Klengel. Als veertienjarig wonderkind speelde hij al enkele van zijn eigen composities voor aan Franz Liszt. Hij studeerde piano en compositie in Leipzig en raakte bevriend met Edvard Grieg die daar ook studeerde. Hun zeer uitgebreide correspondentie bevindt zich in de muziekafdeling van het Haags Gemeentemuseum en is ook in boekvorm uitgegeven. Hun vriendschap ging zo ver dat Röntgen zijn derde zoon Edvard Frants noemde. Grieg vond deze combinatie “een verkeerd ritme” hebben en suggereerde dat de namen beter omgedraaid konden worden. De twee jaar later geboren zoon noemde Röntgen dan ook Frants Edvard.

In 1877 kwam Röntgen naar Nederland. Hij was in 1884 een van de oprichters van het Amsterdamse conservatorium, waarvan hij tussen 1912 en 1924 directeur was. Hij gaf veel les en leidde diverse koren. Hij dirigeerde bijvoorbeeld de eerste uitvoering in Nederland van Bach's Hohe Messe.

Als componist behoorde hij tot de negentiende-eeuwse Duitse school met invloeden van Schumann en Brahms, maar ook Scandinavische invloeden zijn in Röntgens werken te horen. Waarschijnlijk is zijn vriendschap met Grieg daar debet aan. Zijn eerste vrouw was trouwens een Zweedse violiste, leerlinge van zijn vader. Röntgen schreef in zijn leven meer dan 650 werken; symfonieën, pianoconcerten, kamermuziek voor allerlei combinaties van instrumenten en veel koorwerken. Grote inspiratie vond hij in de volksmuziek, niet alleen in Nederland, maar ook in de Ierse, Duitse en natuurlijk de Scandinavische muziek. Veel van zijn werken werden uitgevoerd door het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg. Terecht staat zijn naam dan ook op het balkon van het Concertgebouw tussen vele andere beroemde componisten.

Een internationale reputatie verwierf Röntgen vooral als concertpianist. Markant is dat hij in 1884 de wereldpremière speelde van het Tweede Pianoconcert van Brahms met de componist zelf als dirigent. Hij was al langer met Brahms bevriend en op zijn initiatief vonden in de periode 1878-1885 meerdere concerten plaats waarbij Brahms zijn werken in Nederland introduceerde.

Nog in 1930, toen hij dus al 75 jaar oud was, speelde Röntgen twee van zijn eigen pianoconcerten met het Concertgebouworkest. Vooral echter als kamermuziekspeler genoot hij grote faam. Hij trad op met beroemde violisten als Carl Flesch en Joseph Joachim (de violist voor wie Brahms zijn vioolconcert schreef) en met de cellist Pablo Casals die ook hier in huis logeerde.