Walter Maas (1909-1992)

walter.jpgWalter Alfred Friedrich Maas werd geboren op 18 juli 1909 als zoon van een welgestelde groothandelaar in wijn in het Duitse Mainz. Zelf werd hij textielingenieur. Hoe belandt zo'n man in de Nederlandse muzieksector?

Toen in 1933 de eerste progroms werden uitgevoerd, emigreerde Walter naar Nederland. In 1935 kwam zijn broer en in 1937 volgden zijn ouders die een pension begonnen in Voorburg. Gedwongen door de Duitse bezetter vertrokken ze in de zomer van 1940 uit Den Haag en via de Veluwe belandden ze tegen de winter dus in Bilthoven. Na het overlijden van de weduwe van Julius Röntgen in augustus 1940 werd Huize Gaudeamus te huur gezet. In oktober 1940 vervoegde zich daar een jonge man, Walter Maas, die op zoek was naar een geschikt pand voor zijn joodse ouders, zijn jongere broer Ernst en hemzelf. Tegen Kerstmis begonnen ze er een pension “alleen voor joden”. 

Tijdens de oorlog heeft Walter maar tot maart 1943 in dit huis ‘gewoond’. Toen de vervolging van de joden in alle hevigheid losbarstte, heeft hij ruim zeven maanden hoog in het huis in een uiterst kleine ruimte ‘onder’gedoken gezeten. Toen ook dat te gevaarlijk werd heeft hij zich op diverse adressen verscholen gehouden. Zijn broer Ernst is door zijn huwelijk met een Nederlandse, niet-joodse vrouw de dans ontsprongen. Zijn ouders werden in Sobibor omgebracht, maar dat hoorden de zoons pas in 1946.

Direct na het einde van de oorlog zorgde de burgemeester van De Bilt ervoor dat Walter weer zijn intrek kon nemen in Huize Gaudeamus. Het huis was in de laatste oorlogsjaren door de SS. gebruikt; de oliesporen van de in de hal gestationeerde motoren zijn nog steeds te zien. De Duitsers hadden het huis in erbarmelijke staat achtergelaten, maar met veel kunst- en vliegwerk kon Walter het Hotel-pension Gaudeamus weer openstellen. In oktober 1945 kwam Julius Röntgen Jr., de oudste zoon van de componist, vragen of hij in het voormalige huis van zijn ouders een concert mocht geven, zoals zijn vader er ooit ook zo veel had georganiseerd. Begin november speelde Julius er viool, Johannes Röntgen piano. De belangstelling was overweldigend; volgens de verhalen stonden er hordes mensen buiten te luisteren.

Al in de oorlog had Walter het plan opgevat iets terug te doen voor alle hulp en steun die hij van de Nederlanders ontving. En díe avond wist hij het: het huis moest belangeloos ter beschikking staan van Nederlandse componisten als zijn bijdrage aan de culturele wederopbouw van Nederland en het culturele leven in Bilthoven en omgeving.

In november 1949 weet Walter Maas het pand in eigendom te verwerven en kort daarna richt hij de stichting Gaudeamus op, de ‘Stichting ter bevordering van de hedendaagse muziek’. Hij was zelf geen musicus, maar met zijn organisatietalent en een legendarisch doorzettingsvermogen heeft Walter Maas met ‘zijn’ stichting de hedendaagse gecomponeerde muziek in ons land tot grote bloei gebracht. Door niet aflatende telefonades (de telefoon is nog op zijn werkkamer te zien), een oeverloze correspondentie en vooral zijn charisma hebben talloze componisten en musici elkaar hier in huis ontmoet: Louis Andriessen, John Cage, Ton de Leeuw, Olivier Messian, György Ligeti, Peter Schat, Karl-Heinz Stockhausen, Edgar Varèse, Reinbert de Leeuw. Tot aan zijn dood in 1992 heeft Walter het pension voortgezet en weten te combineren met zijn activiteiten als ‘makelaar in muziek’. Van het pension is niet veel meer te zien; er waren heel wat kamers en kamertjes en wel zeven badkamers. Op de eerste verdieping staan nog wat nummers op enkele deuren.

Hoogtepunten in die jaren waren de internationale Gaudeamus-muziekweken. Herinnerd kan nog worden aan de discussies hier in de muziekkamer ter voorbereiding op de opera ‘Reconstructie’ rondom de revolutionaire figuur Che Guevara in 1968-69. Het neusje van de zalm werkte in een collectief aan die opera: Harry Mulisch, Hugo Claus, Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen.

Op 1 december 1992 overlijdt Walter Maas, de inspirator en organisator zonder wie het muziekleven in de tweede helft van de twintigste eeuw er heel anders (of misschien wel helemaal niet) zou hebben uitgezien. Zijn urn is bijgezet, achter een gedenksteen, in de terrasmuur aan de achterzijde van het huis.
Zijn broer Ernst, enig erfgenaam, schenkt het huis aan de naar hun beider ouders vernoemde Maas-Nathan Stichting en zo wordt het huis tot wat het nu is: een buitenplaats voor culturele verkenningen en in het bijzonder een centrum voor de ontwikkeling van de eigentijdse muziek.